Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 mei 2016 in de zaak tussen
Procesverloop
[naam 5] . Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster, een besloten vennootschap die een horecabedrijf exploiteert, heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking van haar exploitatie- en Drank- en Horecawet-vergunning door de burgemeester van Den Helder. De intrekking volgde op een bestuurlijke rapportage waarin onder meer wapens, verdovende middelen en valse legitimatiebewijzen in het horecabedrijf en de woning van de enig aandeelhouder werden aangetroffen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester terecht heeft geoordeeld dat zowel de exploitant als de leidinggevenden niet langer van onbesproken gedrag zijn en dat er feiten zijn die het voortbestaan van de vergunning gevaarlijk maken voor de openbare orde en veiligheid. Tevens is het veiligheidsplan niet nageleefd, aangezien het aantreffen van een kapmes niet bij de politie is gemeld.
Verzoekster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het besluit onrechtmatig is of dat zij door schending van hoor en wederhoor is benadeeld. Ook het door haar aangevoerde spoedeisend belang wordt niet erkend vanwege een huurovereenkomst met een derde die het bedrijf zou gaan exploiteren. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de vergunningen wordt afgewezen.