ECLI:NL:RBNHO:2016:3756
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bepaling termijn voor indiening vorderingen door schuldeisers nalatenschap
Op 30 maart 2016 ontving de rechtbank een verzoek van de vereffenaar van de nalatenschap van de erflater om een termijn vast te stellen waarbinnen schuldeisers hun vorderingen moeten indienen. De vereffenaars waren eerder benoemd bij beschikking van 17 maart 2016, waarbij zij ieder zelfstandig bevoegd werden verklaard om werkzaamheden te verrichten.
De rechtbank besloot af te zien van een zitting vanwege de aard van het verzoek en stelde op grond van artikel 4:214 lid 1 BW Pro een termijn van drie maanden vast. Deze termijn gaat in op de dag nadat de oproeping tot indiening van vorderingen is geplaatst in de Staatscourant.
De beschikking werd op 13 april 2016 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter J.S. Reid, die tevens bepaalde dat de vereffenaar de schuldeisers zal oproepen via de Staatscourant. Hiermee wordt de procedure rondom de afwikkeling van de nalatenschap voortgezet volgens de wettelijke bepalingen.
Uitkomst: De kantonrechter stelt een termijn van drie maanden vast voor schuldeisers om hun vorderingen in te dienen bij de vereffenaar van de nalatenschap.