Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
één (1) maand;
Rechtbank Noord-Holland
Op 23 april 2014 werd verdachte op luchthaven Schiphol aangehouden met een bedrag van €14.200, verpakt in duwersbollen in haar onderbroek en in haar handtas. Verdachte verklaarde dat het geld geleend was van haar broer en dat zij als nanny werkte, maar kon geen legale herkomst van het geld aantonen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte het geld bewust verborgen hield, wetende dat dit afkomstig was uit een misdrijf, en dat zij daarmee heeft meegewerkt aan het witwassen. De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging dat zij niet had voldaan aan haar aangifteplicht bij binnenkomst in de EU, omdat niet kon worden bewezen dat deze plicht op haar rustte.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van één maand met aftrek van voorarrest en verklaarde het geldbedrag van €14.200 verbeurd. De straf werd opgelegd vanwege de ernstige aantasting van de integriteit van het financieel systeem door witwassen en de indirecte bevordering van criminele activiteiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot één maand gevangenisstraf en verbeurdverklaring van €14.200 wegens witwassen, vrijgesproken van niet voldoen aan aangifteplicht.