Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De beslissing
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden. Hij stelde dat het apparaat een iPod Touch was, geen mobiele telefoon, en voerde aan dat hij het gebruikte voor werkgerelateerde doeleinden. De verbalisant had verklaard dat het om een iPhone ging, maar betrokkene overlegde foto's en gegevens waaruit bleek dat het een iPod Touch betrof, een draagbare mediaspeler zonder mobiele telecommunicatiediensten.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet bewezen was als het vasthouden van een mobiele telefoon in de zin van artikel 61a RVV 1990. De wet definieert een mobiele telefoon als een apparaat bestemd voor mobiele openbare telecommunicatiediensten, wat niet op een iPod Touch van toepassing is. Hoewel het vasthouden van een iPod Touch ook gevaar kan opleveren voor de verkeersveiligheid, kan dit niet worden bestraft op grond van het genoemde artikel.
De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en het betaalde bedrag aan zekerheidstelling werd aan betrokkene terugbetaald. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De boete voor het vasthouden van een iPod Touch tijdens het rijden is vernietigd omdat dit apparaat niet onder de wettelijke definitie van mobiele telefoon valt.