Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
rechtsmacht
- [Roepnaam kind] en de man hebben de Nederlandse nationaliteit;
- de vrouw heeft de [X] nationaliteit;
- de vrouw is, nadat zij bekend was geworden met de zwangerschap, vanuit [Land] naar Nederland verhuisd en is bij de man ingetrokken in de woning van diens moeder;
- [Roepnaam kind] is op [Geboortedatum kind] geboren te Nederland en in [Maand/jaar] met de vrouw vertrokken naar [Land] ;
- De vrouw heeft het eenhoofdig gezag over [Roepnaam kind] ;
- [Roepnaam kind] verblijft thans met de vrouw bij de moeder van de vrouw;
- de vrouw woont in bij haar moeder en heeft thans een inkomen in [Land]
- de vrouw heeft aan de man te kennen gegeven niet meer met [Roepnaam kind] naar Nederland te zullen terugkeren.