ECLI:NL:RBNHO:2016:4725
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Meerderjarigverklaring moeder in belang van haar en minderjarige
De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzoek van de moeder om meerderjarig verklaard te worden op grond van artikel 1:253ha BW. De procedure omvatte een rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming en een hoorzitting waarbij diverse betrokkenen aanwezig waren.
De moeder heeft een belaste voorgeschiedenis maar heeft sinds 2012 een positieve ontwikkeling doorgemaakt, waardoor zij nu voldoende zelfstandigheid bezit om het ouderschap adequaat vorm te geven. Ook de vader toont positieve ontwikkelingen en betrokkenheid bij de verzorging van het kind.
De Raad adviseerde de meerderjarigverklaring toe te wijzen, en ook de moeder, de oma en de Jeugd- en Gezinsbeschermers stemden hiermee in. De rechtbank achtte het in het belang van de moeder en het kind om de meerderjarigverklaring te verlenen, mede om praktische zelfstandigheid in huisvesting, werk en inkomen mogelijk te maken.
De rechtbank bepaalde dat het gezag over de minderjarige met ingang van 9 juni 2016 aan de moeder wordt opgedragen, waarmee de voorlopige voogdij van de Jeugd- en Gezinsbeschermers eindigt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden bestreden door hoger beroep.
Uitkomst: De moeder is meerderjarig verklaard en het gezag over de minderjarige aan haar opgedragen met ingang van 9 juni 2016.