ECLI:NL:RBNHO:2016:5002

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 juni 2016
Publicatiedatum
17 juni 2016
Zaaknummer
15/872290-14
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 182 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bezwaarschrift tegen weigering getuigenverhoor in strafzaak witwassen

In deze strafzaak heeft de verdachte een verzoek ingediend om een getuige te horen over verklaringen omtrent het vervoer en koerieren van geld en de vermeende betrokkenheid bij witwassen. De rechter-commissaris heeft dit verzoek op 14 april 2016 afgewezen, waarna de verdachte hiertegen bezwaar maakte.

De rechtbank heeft het bezwaarschrift op 31 mei 2016 in raadkamer behandeld. De officier van justitie stelde dat uit het tapmateriaal blijkt dat verdachte wist of kon weten dat het geld afkomstig was van een misdrijf, en dat de verklaringen van de getuige niet van belang zijn voor de strafzaak. De rechtbank is het hiermee eens en oordeelt dat het verzoek tot getuigenverhoor onvoldoende aannemelijk maakt dat het zal bijdragen aan de beslissing.

De rechtbank benadrukt dat verdachte vrij staat om zelf te verklaren over haar opzet en de besproken onderwerpen in de woning. Daarom wordt het bezwaarschrift ongegrond verklaard en blijft de weigering tot het horen van de getuige in stand.

Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de weigering tot het horen van een getuige wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf
Locatie Haarlem
Meervoudige raadkamer
Raadkamernummer: 16/002591
Parketnummer: 15/872290-14
Beschikking(182 Sv.)

1.Ontstaan en loop van de procedure

Op 28 april 2016 is op de strafgriffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, ingekomen een bezwaarschrift, gedateerd 28 april 2016, van mr. T.E. Korff, gemachtigde van verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
domicilie kiezende te (1095 AD) Amsterdam, Zeeburgerdijk 287, ten kantore van mr. Korff, voornoemd.
Het bezwaarschrift richt zich tegen de beslissing van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, d.d. 14 april 2016, houdende de weigering tot het horen van [getuige] als getuige. Het verzoek daartoe is namens verdachte ingediend bij de rechter-commissaris op 24 maart 2016, waarna de officier van justitie bij e-mail van 4 april 2016 heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
Op 31 mei 2016 is voormeld bezwaarschrift in raadkamer behandeld.
Verdachte is niet in persoon verschenen. Wel aanwezig was mr. Korff, voornoemd, die verklaarde bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn. Tevens was aanwezig de officier van justitie
mr. M.C. Storm. Beiden zijn gehoord.
Van dit onderzoek in raadkamer is proces-verbaal opgemaakt, waarvan de inhoud als hier ingelast dient te worden beschouwd.
De rechtbank heeft, naast het bezwaarschrift, kennis genomen van de inhoud van het dossier in de zaak met bovenvermeld parketnummer.

2.Beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het bezwaar. Het bezwaarschrift is tijdig en op de juiste wijze ingediend.
Door en namens verdachte is naar voren gebracht, zakelijk weergegeven, dat:
 [getuige] kan verklaren over hetgeen in de woning met klaagster is besproken over het vervoeren en koerieren, welke indruk klaagster op hem heeft gemaakt en over zijn wetenschap ten aanzien van het vermeende witwassen van het geld door klaagster. Van belang is het antwoord op de vraag of klaagster opzet heeft gehad op het voorhanden hebben van het geld.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld, zakelijk weergegeven, dat het bezwaarschrift ongegrond dient te worden verklaard, nu uit taps blijkt dat verdachte wist of kon weten dat het geld dat zij voorhanden had van misdrijf afkomstig was. Het geld zat toen al in de koffer, dit staat vast. Of verdachte daarna nog andere plannen had of zich wilde laten beroven, doet niet af aan het feit dat haar wordt verweten. De punten waarover de verzochte getuige kan verklaren, zijn in redelijkheid niet van belang voor enige in de strafzaak te nemen beslissing.
De rechtbank is op grond van de stukken en het verhandelde in raadkamer met de officier van justitie van oordeel, dat op grond van de namens verdachte naar voren gebrachte onderbouwing niet, althans onvoldoende, aannemelijk is geworden dat het gevraagde getuigenverhoor kan bijdragen aan enige in de zaak te nemen beslissing. De rechtbank merkt daarbij op dat het verdachte vrij staat om zelf te verklaren over de vraag waar haar opzet op was gericht en wat er besproken is in de woning. Het bezwaarschrift zal dan ook ongegrond worden verklaard.

3.Beslissing

De rechtbank:
verklaart het bezwaarschrift ongegrond.

4.Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beslissing is gegeven op 14 juni 2016 door:
mr. N.E. Kwak, voorzitter,
mrs. R.A. Otter en I.S. Burggraaff, rechters,
in tegenwoordigheid van J.A. Huismans, griffier.