Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- het gezicht van aangeefster helemaal open ligt en eruit ziet als een biefstuk;
- aangeefster niet herkenbaar is;
- haar hele hoofd onder het bloed zit;
- verdachte aangeefster maar in het gezicht blijft trappen;
- verdachte vaak zijn kruisboog op haar richt;
- verdachte de kruisboog ongeveer 10 cm boven het gezicht van aangeefster houdt;
- verdachte aangeefster overal trapt, waaronder in haar zij.
- een geladen kruisboog op aangeefster richt;
- de kruisboog ook diverse malen op [slachtoffer 5] (voormeld) richt;
- aangeefster diverse malen trapt in haar zij;
- aangeefster vanuit de keuken naar de woonkamer sleept en dat aangeefster amper beweegt.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de vrijheidsbenemende / vrijheidsbeperkende maatregel
7.Vermogensmaatregel
8.Vordering benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
[slachtoffer 1]heeft een vordering tot schadevergoeding van € 67.293,42 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van de ten laste gelegde feiten onder 1 en 3 zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
Medische kosten:
- eigen bijdrage CAK: € 3.123,17;
- apotheek, geneesmiddelen, hulpmiddelen: € 104,91;
- eigen risico zorgverzekering 2016: (tot) € 111,21;
- littekenbehandeling (offerte): (tot) € 5.000,-
- vergoeding ziekenhuis: € 280,-;
- vergoeding revalidatievoorziening: € 1.778,-.
Reiskosten:
- ziekenhuis en therapie: € 52,50;
- parkeerkosten: € 26,50
- slachtoffergesprek en zitting: € 23,20.
Overig
- beveiliging woning: € 10,54;
- kosten communicatie SHN, politie, advocaat: € 20,00;
- kosten medische informatie Rode Kruis Ziekenhuis: € 93,05,
[slachtoffer 2]heeft een vordering tot schadevergoeding van € 400,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 60.723,08(zegge: zestigduizend zevenhonderd drieëntwintig euro en acht eurocent ), bestaande uit € 10.723,08voor de materiële en
€ 50.000,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan J.M. [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
1 daghechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 400,-(zegge: vierhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan Verwoert, voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.