ECLI:NL:RBNHO:2016:5046

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 juni 2016
Publicatiedatum
21 juni 2016
Zaaknummer
C/15/236549 / FA RK 15-7718
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.M. van Dam
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herstelbeschikking wegens geen kennelijke fout

Op 11 mei 2016 is een beschikking gegeven in een familierechtelijke zaak tussen de vader en de moeder. De advocaat van de moeder verzocht op 23 mei 2016 om herstel van deze beschikking op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, stellende dat de gemaakte afspraken onjuist waren weergegeven.

De rechtbank stelde vast dat de in de beschikking weergegeven afspraken overeenkwamen met hetgeen ter zitting was besproken en dat de gewenste wijziging niet tijdens de zitting aan de orde was geweest. Er was daarom geen sprake van een fout of kennelijke verschrijving die eenvoudig hersteld kon worden.

De rechtbank wees het verzoek af en benadrukte dat partijen vrij staan om aanvullende afspraken in een aparte overeenkomst vast te leggen. De beschikking werd op 1 juni 2016 in het openbaar uitgesproken door rechter H.M. van Dam.

Uitkomst: Het verzoek tot herstel van de beschikking wordt afgewezen wegens het ontbreken van een kennelijke fout.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd
locatie Haarlem
verzoek herstelbeschikking
zaak-/rekestnummer: C/15/236549 / FA RK 15-7718
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 1 juni 2016
in de zaak van:
[de vader],
feitelijk wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. J. 't Hart, kantoorhoudende te Haarlem,
--tegen--
[de moeder],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. mr. J.M. Kers, kantoorhoudende te Haarlem.

1.Overwegingen

1.1.
In deze zaak is op 11 mei 2016 een beschikking gegeven.
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 23 mei 2016 aangegeven dat sprake is van een kennelijke verschrijving in de beschikking, omdat de tussen partijen gemaakte afspraken daarin onjuist zouden zijn weergegeven. Zij heeft namens beide partijen verzocht om de beschikking op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) te verbeteren en de in haar brief vermelde regeling in de beschikking op te nemen.
1.2.
Mede gelet op de zittingsaantekeningen stelt de rechtbank vast, dat de tussen partijen gemaakte afspraken zoals deze in de beschikking zijn weergegeven niet afwijken van hetgeen ter zitting naar voren is gekomen en dat de door de advocaat gewenste wijziging niet als zodanig ter zitting is besproken. Dit betekent dat geen sprake is van een fout of een verschrijving, laat staan van een kennelijke fout of verschrijving die zich leent voor eenvoudig herstel, als bedoeld in artikel 31 Rv Pro. De omstandigheid dat namens beide partijen om verbetering van de beschikking is verzocht, maakt dit niet anders.
Het verzoek van de moeder zal dan ook worden afgewezen.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat het partijen uiteraard vrij staat om de tussen hen gemaakte (nadere) afspraken in afwijking van of in aanvulling op de beschikking van 11 mei 2016 in een afzonderlijke overeenkomst vast te leggen.

2.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. van Dam, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.P.M. van Dullemen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2016.