Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van studioverhoor door de politie van [slachtoffer/kind] d.d. 30 juni 2014 (dossierpagina’s ZD 165-184);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor door de politie van getuige [getuige 1] d.d. 18 februari 2015 en bijlage (dossierpagina’s ZD 429-434);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor door de politie van getuige [getuige 2] d.d. 14 mei 2014 (dossierpagina’s ZD 75-78);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor door de politie van getuige [getuige 3] d.d. 16 mei 2014 (dossierpagina’s ZD 81-85);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor door de politie van getuige [getuige 4] d.d. 28 mei 2014 (dossierpagina’s ZD 136-138);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor door de politie van getuige [getuige 5] d.d. 3 juni 2014 (dossierpagina’s ZD 188-191);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 augustus 2014 (dossierpagina’s ZD 207 en 208);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2015 (dossierpagina’s ZD 335 en 336);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 februari 2015 (dossierpagina’s ZD 375 en 376);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor door de politie van getuige [getuige 6] d.d. 3 februari 2015 en bijlagen (dossierpagina’s ZD 387-400);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 mei 2015 (los in het dossier);
- een schriftelijk bescheid, te weten een Forensische Medische Rapportage met betrekking tot [slachtoffer/kind] d.d. 13 november 2014 (dossierpagina’s ZD 251-289)
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor door de politie van getuige [getuige 7] d.d. 14 mei 2014 en fotobijlage (dossierpagina’s ZD 66-73).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
[slachtoffer/kind], mevrouw [wettelijke vertegenwoordiger], heeft namens [slachtoffer/kind] een vordering tot schadevergoeding van € 5000,- (zegge: vijfduizend euro) ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die [slachtoffer/kind] als gevolg van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
24 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 8 maanden,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op drie jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
[slachtoffer/kind]geleden schade tot een bedrag van
€ 5000,-(zegge: vijfduizend euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 april 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer/kind], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
60 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.