ECLI:NL:RBNHO:2016:5133

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 juni 2016
Publicatiedatum
23 juni 2016
Zaaknummer
C/15/238381 / FA RK 16-492
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.M. van Dam
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:5 lid 2 BWArt. 1:5 lid 8 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Correctie van onjuiste achternaam in geboorteakte minderjarige

De rechtbank Noord-Holland heeft op 29 juni 2016 een beschikking gegeven waarin een verzoek tot verbetering van de geboorteakte van een minderjarige werd toegewezen. De fout betrof het feit dat de ouders bij de erkenning van hun kinderen verschillende achternamen hadden gekozen, wat in strijd is met artikel 1:5 lid 2 en Pro 8 van het Burgerlijk Wetboek. De vader had het eerste kind erkend met een bepaalde achternaam, maar bij latere erkenning van een volgend kind werd een andere achternaam gekozen.

De ouders zijn niet gehuwd en hebben geen geregistreerd partnerschap. De rechtbank heeft de ouders en de minderjarige uitgenodigd om hun mening te geven over de naamswijziging. De ouders verschenen niet op de zitting en de minderjarige, die bijna twaalf jaar oud was, heeft geen reactie gegeven op de uitnodiging om haar mening kenbaar te maken.

Gezien het ontbreken van verweer en het feit dat de naamskeuze in strijd was met de wet, heeft de rechtbank het verzoek tot verbetering van de geboorteakte toegewezen. De rechtbank achtte de gronden voldoende gewichtig en vond geen redenen van openbaar belang die zich tegen de wijziging verzetten. De griffier werd opgedragen de beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te zenden, zodat de wijziging kan worden doorgevoerd.

Uitkomst: Verzoek tot verbetering van de geboorteakte is toegewezen en achternaam van de minderjarige is wettelijk gecorrigeerd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd
locatie Haarlem
wijziging geboorteakte
zaak-/rekestnr.: C/15/238381 / FA RK 16-492
beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 29 juni 2016
op verzoek van:
De officier van justitie in het arrondissement Noord-Holland,
strekkende tot verbetering van een geboorteakte van de burgerlijke stand betreffende:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , aangezien op de erkenningsakte als naam van het kind had moeten staan [naam] .

1.Verloop van de procedure

1.1
Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:
- het op 18 januari 2016 ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de officier van justitie.
1.2
Bij de bijlagen bij voormeld verzoek bevindt zich een brief van de gemeente aan na te noemen belanghebbenden, gedateerd 20 juli 2015, waarin wordt gevraagd om in te stemmen met de verbetering van de geboorteakte van [minderjarige] , alsmede een herhaald verzoek van 7 augustus 2015.
1.3
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 april 2016 in aanwezigheid van [ambtenaar van de burgerlijke stand] en [ambtenaar van de burgerlijke stand] , beiden Ambtenaar van de Burgerlijke stand van de [plaats] .
De belanghebbenden: [ouder] en [ouder] zijn – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet verschenen.
1.4
De minderjarige [minderjarige] is uitgenodigd om op 12 mei 2016 haar mening in raadkamer kenbaar te maken, dan wel om een schriftelijke reactie te sturen. Zij heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

2.Beoordeling van het verzoek

2.1
[ouder] en [ouder] (hierna samen te noemen de ouders) zijn de ouders van de minderjarigen:
  • [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] en
  • [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] .
De vader heeft [minderjarige] reeds voor de geboorte op 1 februari 2002 erkend, waarbij is gekozen voor de geslachtsnaam “ [naam] ”. De vader heeft [minderjarige] op 5 augustus 2004 erkend, waarbij is gekozen voor de geslachtsnaam “ [naam] ”.
2.2
De ouders zijn niet met elkaar gehuwd en hebben geen geregistreerd partnerschap aangegaan.
2.3
Op grond van artikel 1:5 lid 2 in Pro verband met lid 8 van het Burgerlijk Wetboek, in werking getreden op 1 januari 1998, kunnen ouders ter gelegenheid van de erkenning van hun eerste kind gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben; de volgende kinderen van dezelfde ouders hebben dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind.
2.4
Gelet op het voorgaande is de keuze voor de geslachtsnaam [naam] voor [minderjarige] in strijd met de wet en had de akte, waarvan thans wijziging wordt verzocht, niet op deze wijze opgemaakt mogen worden.
2.5
De ouders hebben bij de gemeente, noch bij de rechtbank hun mening kenbaar gemaakt dan wel verweer gevoerd. De op dat moment bijna 12 jaar oude minderjarige is door de rechtbank uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken, aangezien de rechtbank wilde weten of en in hoeverre het voor haar problematisch zou zijn na al die jaren ineens formeel een andere achternaam te krijgen. [minderjarige] heeft echter niet gereageerd op de aan haar toegezonden uitnodiging. Gelet hierop kan de rechtbank niet anders doen dan het verzoek toewijzen, aangezien de naamskeuze in strijd met de wet is gedaan, de aangevoerde gronden genoegzaam gewichtig zijn en redenen van openbaar belang zich niet tegen de gevraagde wijziging verzetten.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1
Gelast verbetering van akte nummer [akte nummer] , voorkomende in de registers van de burgerlijke stand van [plaats] over het jaar 2004, betreffende [minderjarige] in die zin dat het volgende gegeven wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:
Geslachtsnaam kind “ [naam] ”
3.2
Draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Haarlem.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. van Dam, rechter, in tegenwoordigheid van M. Struijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2016.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en de verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.