Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
Betrokkene wordt verplicht mee te werken aan een intake bij de Brijder, of een soortgelijke instelling op het gebied van verslavingsproblematiek, en het volgen van een mogelijke behandeling die hieruit voortvloeit.
Betrokkene wordt verplicht om mee te werken aan toeleiding naar adequate dagbesteding, ook als dit inhoudt begeleiding bij een passende instelling op dit gebied.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
negen (9) maanden.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
- zich, wanneer hij een uitnodiging daartoe ontvangt, meldt bij Reclassering Nederland, gelegen aan de Stationsstraat 73, 1506 DE te Zaandam en zich hierna blijft melden zo frequent en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
- verplicht is mee te werken aan toeleiding naar adequate dagbesteding, ook indien dit inhoudt begeleiding bij een passende instelling op dit gebied;
- verplicht is mee te werken aan een intake bij de Brijder of een soortgelijke instelling op het gebied van verslavingsproblematiek, en het volgen van een mogelijke behandeling die hieruit voortvloeit;
- zich houdt aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 3.346,- (zegge: drieduizend driehonderdzesenveertig euro), bestaande uit € 1.096,- voor de materiële en € 2.250,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 3.346,- (zegge: drieduizend driehonderdzesenveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
43 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
28 juni 2016.