Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 juli 2016 in de zaken tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor [P] , verweerder.
Procesverloop
- de navorderingsaanslag Vpb voor het jaar 2004 verminderd tot een berekend naar een belastbare winst van € 4.830.830 en een belastbaar bedrag van nihil, een verliesverrekeningsbeschikking vastgesteld van € 4.830.830, de heffingsrente verminderd tot een bedrag van € 103 en de boete deels gehandhaafd;
- de aanslag Vpb voor het jaar 2005 verminderd tot een berekend naar een belastbare winst van € 16.568.598 en een belastbaar bedrag van nihil, een verliesverrekeningsbeschikking vastgesteld van € 16.568.598, de heffingsrente verminderd tot nihil en de boete deels gehandhaafd;
- de aanslag Vpb voor het jaar 2006 verminderd tot een berekend naar een belastbare winst van € 4.591.366 en een belastbaar bedrag van nihil, een verliesverrekeningsbeschikking vastgesteld van € 4.591.366, de heffingsrente verminderd tot nihil en de boete verminderd tot € 113;
- de aanslag Vpb voor het jaar 2007 verminderd tot een berekend naar een belastbare winst van € 39.288.049 en een belastbaar bedrag van € 28.308.078, een verliesverrekeningsbeschikking vastgesteld van € 10.979.971, de heffingsrente verminderd tot € 950.770 en de boete deels gehandhaafd.