ECLI:NL:RBNHO:2016:5348

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 juni 2016
Publicatiedatum
30 juni 2016
Zaaknummer
C/16/244344 HA RK 16-95
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 37 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek wegens vermeende partijdigheid afgewezen wegens gebrek aan gronden

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een BOPZ-procedure, stellende dat sprake zou zijn van partijdigheid en vooringenomenheid. Het verzoek werd ingediend per e-mail en gericht tegen mr. M.M. van Weely, hoewel haar naam niet expliciet in het verzoek werd genoemd.

De rechtbank stelde vast dat het verzoek niet voldeed aan de vereisten van artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat verzoekster geen concrete gronden voor de wraking had aangevoerd. Zonder nadere motivering of feiten die de onpartijdigheid van de rechter in twijfel trekken, kon het verzoek niet ontvankelijk worden verklaard.

De wrakingskamer besloot daarom het verzoek buiten behandeling te stellen en bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster zonder nieuwe feiten of omstandigheden niet in behandeling zal worden genomen. De hoofdprocedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.

De beslissing werd genomen door plaatsvervangend voorzitter L.J. Saarloos en griffier W.T. Delleman en uitgesproken in een openbare zitting op 13 juni 2016. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en buiten behandeling gesteld.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Wrakingskamer, locatie Alkmaar
zaaknummer: 244344 HA RK 16-95
BOPZ-nummer: 243951
Datum uitspraak : 13 juni 2016
BESLISSINGop het verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.), ingediend door:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende in
[woonplaats]
,
hierna te noemen: verzoekster.

1.PROCESVERLOOP

1.1.
Verzoekster heeft bij e-mailbericht van 9 juni 2016 aan de griffie van de rechtbank meegedeeld:
“Ik verzoek hierbij om uitstel van behandeling en ik wraak de voorzitter ter zake partijdigheid en vooringenomenheid.”Dit bericht is opgevat als een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 37 Rv Pro.
De gewraakte rechter is mr. M.M. van Weely, (hierna te noemen: de rechter) als behandelend rechter in de BOPZ-procedure met nummer 243951.
1.2.
De rechter heeft meegedeeld dat de op 10 juni 2016 geplande zitting als gevolg van het wrakingsverzoek is aangehouden en laten weten niet te berusten in de wraking.
1.3.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.

2.BEOORDELING VAN HET VERZOEK

2.1.
Op grond van artikel 36 Rv Pro. kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn.
2.2
Ingevolge het bepaalde in artikel 37 Rv Pro dient een verzoek tot wraking echter de gronden van het verzoek te bevatten. Verzoekster heeft echter in het geheel geen gronden aangevoerd; zij heeft zelfs niet de naam genoemd van de rechter, tegen wie het verzoek zich richt.
Verzoekster heeft in het geheel niet aangegeven waarom de rechter bij de behandeling van de zaak en bij de nog te nemen beslissing niet onpartijdig of niet onafhankelijk zal zijn.
Gelet op een en ander is het wrakingsverzoek daardoor kennelijk niet-ontvankelijk.
2.3.
Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1. in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder:
www.rechtspraak.nl/Rechtbanken / Rechtbank Noord-Holland / Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.
2.4.
Overeenkomstig datzelfde wrakingsprotocol bepaalt de wrakingskamer hierbij dat behoudens nieuwe feiten of omstandigheden een volgend verzoek van verzoekster om wraking niet in behandeling zal worden genomen en dat de BOPZ-procedure in dat geval onmiddellijk zal worden voortgezet.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;
3.2.
beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster en de rechter een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;
3.3.
bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer 243951) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking en beveelt daartoe de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan de voorzitter van de rechtbank Noord-Holland, afdeling Privaatrecht, sectie Familie en Jeugd, locatie Alkmaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, plaatsvervangend voorzitter van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. W.T. Delleman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 juni 2016.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.