Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit:
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
240 (twee honderd en veertig) dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
201 (twee honderd en een) dagen,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op drie jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
240 (twee honderd en veertig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 (een honderd en twintig) dagen hechtenis.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.640,61 (een duizend en zes honderd en veertig euro en één en zestig cent) bestaande uit € 140,61 voor de materiële schade en € 1.500,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.640,61 (een duizend en zes honderd en veertig euro en één en zestig cent) bestaande uit € 140,61 voor de materiële en € 1.500,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
26 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.