Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen, verweerder
Veebedrijf [naam 1] B.V.,te Beverwijk, gemachtigde: mr. O.H. Minjon.
Rechtbank Noord-Holland
De eigenaar en molenaar van de Wimmenumermolen heeft beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die aan een derde-partij is verleend voor het bouwen van een potstal binnen de molenbiotoop. De molen is een rijksmonument en de verzoeker stelt dat het bouwplan onomkeerbare schade zal toebrengen aan de windvang en landschappelijke inpassing van de molen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan vanwege bouwhoogte en locatie binnen de vrijwaringszone, maar dat de vergunning met toepassing van de Wabo toch is verleend. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek om voorlopige voorziening zich richt op de afwijking van de regels omtrent de molenbiotoop.
Uit het onderzoek blijkt dat de molen 360 graden inzetbaar is en dat de invloed van de potstal op de windvang marginaal is. Het Hoogheemraadschap hanteert een kleinere molenbiotoop en acht bebouwing buiten deze zone niet problematisch. Verzoeker heeft geen actueel onderzoek of berekeningen overgelegd die het standpunt van verweerder kunnen weerleggen.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat de belangen van verzoeker onvoldoende zwaarwegend zijn om schorsing van de vergunning te rechtvaardigen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de potstal nabij de Wimmenumermolen wordt afgewezen.