Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,
: A.M.H.C. Rood-Wit, te Aerdenhout.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning die door het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal is verleend aan een hockeyclub voor het plaatsen van twee nieuwe lichtmasten, het aanbrengen van armaturen op bestaande masten en het plaatsen van dug-outs.
Verzoeker, woonachtig naast het sportcomplex, klaagt over overlast door het felle licht en het aantasten van het uitzicht vanuit zijn tuin. Hij stelt dat de uitbreiding van de hockeyclub, die in de loop der jaren is gegroeid, gestopt moet worden uit hoofde van redelijkheid en billijkheid.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan 'Aerdenhout 2012' en dat er geen andere weigeringsgronden zijn. Omdat het hier een gebonden beschikking betreft op grond van artikel 2.10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, is het college verplicht de vergunning te verlenen en is er geen ruimte voor belangenafweging.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en komt niet toe aan de beoordeling van de door verzoeker aangevoerde overlast en belemmering van uitzicht. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de lichtmasten wordt afgewezen vanwege de gebonden aard van de beschikking.