Op 2 maart 2014 is verdachte samen met een medeverdachte betrokken geweest bij het opzettelijk binnenbrengen van 576,7 gram cocaïne via luchthaven Schiphol. Uit camerabeelden, telefonische contacten en een bodyscan bij de medeverdachte blijkt dat verdachte een organiserende en begeleidende rol had bij deze invoer.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleegde in strijd met de Opiumwet. Verdachte heeft tegenstrijdige verklaringen afgelegd die niet stroken met de overige bewijsmiddelen, wat de rechtbank als leugenachtig beoordeelde om de waarheid te verhullen.
Gezien de ernst van het feit en de rol van verdachte, maar ook rekening houdend met zijn recente werk als magazijnmedewerker en het lange tijdsverloop tot de zitting, legde de rechtbank een taakstraf van 240 uur op. Tevens werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf afgewezen vanwege het lange tijdsverloop.