ECLI:NL:RBNHO:2016:5945
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Uitstel van voorwaardelijke invrijheidstelling wegens onttrekking aan elektronisch toezicht
Veroordeelde was veroordeeld in Duitsland tot een gevangenisstraf van 4 jaar en 3 maanden voor drugstransport en poging tot zware mishandeling, waarvan de tenuitvoerlegging in Nederland plaatsvond vanaf 7 augustus 2013. Op 10 november 2015 startte hij een penitentiair programma met elektronisch toezicht. Op 9 maart 2016 verwijderde hij het elektronisch toezicht, verscheen niet op een correctiegesprek en was onbereikbaar voor reclassering en het PTC.
De officier van justitie diende op 10 maart 2016 een vordering in tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling, die gepland stond op 5 juni 2016. De rechtbank stelde vast dat de vordering ontvankelijk was en dat zij bevoegd was om te oordelen. Op basis van het toezichtrapport, het v.i.-advies en het formulier melding ongeoorloofde afwezigheid concludeerde de rechtbank dat veroordeelde zich aan de tenuitvoerlegging van zijn straf had onttrokken.
De rechtbank besloot de vordering toe te wijzen en het uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor de duur van 365 dagen te gelasten. Veroordeelde zal voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld nadat van de oorspronkelijke 517 dagen detentie 365 dagen alsnog zijn uitgevoerd.
De beslissing werd genomen door een meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Holland op 13 juni 2016, waarbij veroordeelde niet aanwezig was ondanks behoorlijke oproeping.
Uitkomst: De rechtbank gelast uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor de duur van 365 dagen wegens onttrekking aan elektronisch toezicht.