De zaak betreft een geschil over de levering van het paard Special Destiny, waarbij eiser stelt dat het paard bij aflevering een gebrek had in de vorm van een thrombose. De rechtbank heeft behoefte aan een deskundigenbericht geoordeeld en dit rapport is uitgebracht door twee deskundigen die stelden dat het niet vaststaat dat het paard op het moment van levering leed aan een thrombose van de grote beenarterie. De deskundigen gaven aan dat de kans dat de thrombose zich vóór levering had ontwikkeld slechts 5% is, wat de rechtbank als hoogst onwaarschijnlijk kwalificeert.
Eiser betoogde dat het mogelijk was dat het paard reeds een chronische trombose had bij levering, maar de rechtbank achtte het bewijs onvoldoende om dit te onderbouwen. Ook een aanvullende schriftelijke verklaring van een andere deskundige, die een periode van twee maanden niet uitsloot, overtuigde de rechtbank niet van het bestaan van een gebrek bij levering.
De rechtbank concludeert dat er geen sprake was van een gebrek bij aflevering en dat eiser zich daarom niet kan beroepen op ontbinding van de koopovereenkomst. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde zijn vastgesteld op €5.125,-, te vermeerderen met wettelijke rente. Het vonnis is in het openbaar uitgesproken door kantonrechter M.C. van Rijn.