Partijen, beiden Syrische nationaliteit, zijn gehuwd geweest en hebben een minderjarige zoon. Na vertrek uit Syrië en verblijf in Algerije is het huwelijk ontbonden door de Gerechtelijke Raad te El Bouira, waarbij de moeder het voogdijrecht kreeg toegewezen. De vader vertrok met het kind naar Nederland zonder medeweten van de moeder, die later eveneens naar Nederland kwam en erkenning van het Algerijnse vonnis vorderde met onmiddellijke overdracht van het kind.
De vader betwist de erkenning en stelt dat hij niet op de hoogte was van de zitting en dat sprake is van corruptie. De rechtbank constateert dat aan de formele erkenningseisen is voldaan, maar twijfelt aan het belang van onmiddellijke overdracht gezien de lange periode van geen contact tussen moeder en kind, de stabiele situatie bij de vader en de verstoorde relatie tussen ouders.
De rechtbank beveelt een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming aan om het belang van het kind te beoordelen en advies uit te brengen over erkenning en uitvoering van het vonnis, omgangsregeling en gezagsuitoefening. De beslissing wordt aangehouden tot ontvangst van dit advies.