ECLI:NL:RBNHO:2016:6345
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering immateriële schade wegens vermeende smaad en laster in e-mail
Eiseres vordert een immateriële schadevergoeding van €500 wegens een e-mail die gedaagde aan de uitkeringsinstantie stuurde met vermoedens van bijstandsfraude. Eiseres stelt dat deze e-mail onrechtmatig was en heeft geleid tot een vernederend onderzoek en inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer.
De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van smaad, omdat de e-mail slechts aan de klantmanager is gestuurd en niet publiekelijk werd verspreid. Ook is er geen laster, omdat gedaagde slechts een vermoeden uitte en niet bewust onware feiten verspreidde. Het daaropvolgende onderzoek door de uitkeringsinstantie, hoewel als vernederend ervaren, vormt geen onrechtmatige daad van gedaagde.
De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. De reconventionele vordering van gedaagde wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet tijdig is ingesteld.
Uitkomst: De vordering tot immateriële schadevergoeding wegens vermeende smaad en laster wordt afgewezen.