Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
verweerster.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzoek van een schuldenaar om ABN Amro te bevelen in te stemmen met een schuldregeling als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet. De schuldenaar had een schuld van ruim €153.000, waarvan het merendeel aan ABN Amro bestond, voornamelijk een pilotenfinanciering. Een andere schuldeiser had het aangeboden akkoord geaccepteerd, maar ABN Amro had haar instemming onthouden omdat de schuldenaar niet had gereageerd op een herstructureringsvoorstel.
De rechtbank beoordeelde of ABN Amro in redelijkheid tot weigering kon komen, waarbij zij het belang van de schuldeiser om volledige betaling te ontvangen afwoog tegen het belang van de schuldenaar en de andere schuldeisers. De aangeboden regeling voorzag in een uitkering van 10,93% over een periode van 60 maanden, terwijl ABN Amro een hogere maandelijkse betaling van €402,- verlangde en een herstructurering voor slechts één jaar had voorgesteld.
De schuldenaar was niet bereid een regeling voor één jaar te accepteren en vond een termijn van 20 jaar onredelijk. De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar met zijn leeftijd en toekomstperspectief een regeling met jaarlijkse herziening had kunnen overeenkomen. Gezien deze omstandigheden kon niet worden gezegd dat ABN Amro in redelijkheid niet tot weigering kon komen. Het verzoek tot dwangakkoord werd daarom afgewezen. Een apart besluit over toelating tot de schuldsaneringsregeling volgt.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen omdat ABN Amro in redelijkheid tot weigering kon komen.