Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 25.564,91en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
€ 28.636,43.
4.Het standpunt van veroordeelde en zijn raadsman
€ 799,91
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 25.564,91.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 25.564,91(zegge:
vijfentwintigduizend vijfhonderdvierenzestig euro en eenennegentig cent) ter ontneming van door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.