Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.De strafoplegging
Zoals hierna zal blijken liep verdachte ten tijde van deze feiten in een dubbele proeftijd, onder meer na veroordeling tot een voorwaardelijke PIJ-maatregel.
De Raad schat in dat betrokkene (uiteindelijk) voldoende bereid en in staat zal zijn om van de behandeling te kunnen profiteren.
De rechtbank heeft daarbij in acht genomen dat de adviezen van de deskundigen, de reclassering en – na voortschrijdend inzicht – ook de Raad, ondubbelzinnig hebben gerapporteerd waarom behandeling en begeleiding in een voorwaardelijk kader thans niet verantwoord moet worden geacht. De rechtbank betrekt daarbij dat het weliswaar niet uitsluitend aan verdachte te wijten is dat de eerder opgelegde voorwaardelijke PIJ-maatregel niet van de grond is gekomen, maar dat verdachte in dit verband ook blaam treft. Daarnaast volgt uit de opgemaakte rapportages en met name de toelichting ter terechtzitting door de psycholoog, dat de verslavingsproblematiek niet de enige oorzaak voor verdachtes delictgedrag vormt, maar dat tevens sprake is van onderliggende persoonlijkheids-problematiek, waarvoor eveneens behandeling is geïndiceerd teneinde herhaling van delictgedrag in de toekomst te voorkomen.
7.Beslissingen omtrent het in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp
8.Vorderingen benadeelde partij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
10.Vorderingen tot tenuitvoerlegging
Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding om de proeftijd te verlengen. Daarbij heeft de rechtbank mede gelet op het standpunt van de reclassering, zoals hierboven weergegeven, inhoudende dat een schone lei na de maatregel wenselijk is.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
10 (tien maanden).
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 825,00 (achthonderdvijfentwintig euro), ter vergoeding van geleden immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
16 (zestien) dagenjeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 850,00 (achthonderdvijftig euro), ter vergoeding van geleden immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
17 (zeventien) dagenjeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.