Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
De rechtbank heeft in deze zaak een tussenvonnis gewezen op 31 maart 2016.
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
opzettelijkheeft vernield.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor door de politie
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant R.P. Bradley d.d. 19 december 2013 (dossierpagina 23);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant D.A. Sperling d.d. 18 december 2013 (dossierpagina’s 24 en 25).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
GGZ Reclassering Palier acht nadere diagnostiek en intensieve behandeling in een forensisch klinisch kader noodzakelijk om de kans op recidive te beïnvloeden. Verdachte heeft zich echter ongemotiveerd getoond om aan onderzoek en behandeling mee te werken. GGZ Reclassering Palier heeft in voornoemde zaak derhalve geadviseerd tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel.
6.De strafoplegging
De rechtbank heeft onder meer in de gedateerdheid van dit rapport en advies aanleiding gezien om nader onderzoek te doen verrichten, uitmondend in na te noemen rapporten.
Verdachte leed ten tijde van het begaan van de feiten aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van zwakbegaafdheid en een ziekelijke stoornis in de zin van cannabisafhankelijkheid, die hun doorwerking hebben gevonden in de ten laste gelegde feiten. De rechtbank beschouwt verdachte, als gezegd, op grond hiervan als verminderd toerekeningsvatbaar.
– zakelijk weergegeven – onder meer in dat reclasseringstoezicht bij betrokkene contraproductief lijkt te werken en stress veroorzaakt bij betrokkene. Daarbij heeft betrokkene binnen het afgelopen toezicht in de zaak met parketnummer 15/800058-14 laten zien dat hij niet in staat is zich te conformeren aan de afspraken met de reclassering.
De reclassering kan het doel van het reclasseringstoezicht, het voorkomen van recidive, in de begeleiding van betrokkene niet realiseren.
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
3 (drie) maanden, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een
proeftijdvast van
2 (twee) jaren.
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
- zich onder behandeling zal stellen van FACT-team van de GGZ of een soortgelijke zorginstelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn agressieproblematiek;
- zijn medewerking zal verlenen aan de begeleiding door ’s Heeren Loo, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die veroordeelde in het kader van die begeleiding zullen worden gegeven;
- de reclassering toestemming zal verlenen om referenten te raadplegen en om aan justitie verslag uit te brengen over het verloop van de behandeling en begeleiding.