Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het vonnis van deze rechtbank van 12 december 1996, waarbij betrokkene ter beschikking werd gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, wegens doodslag. De termijn nam een aanvang op 17 september 1999;
- de beslissing van deze rechtbank van 31 oktober 2014, waarbij de verpleging van overheidswege met ingang van 14 november 2014 voorwaardelijk is beëindigd;
- de beslissing van deze rechtbank van 20 juli 2015, waarbij de termijn van de terbeschikkingstelling laatstelijk is verlengd met één jaar.
- het voorlopig verlengingsadvies van 28 januari 2016 opgesteld door [reclasseringswerker 1], als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, toezichtunit 2, Noord-West te Haarlem, strekkende tot de inschatting van een eventueel positief advies tot beëindiging van de maatregel van de terbeschikkingstelling per 29 juli 2016;
- het verlengingsadvies van 6 juni 2016, opgesteld door [reclasseringswerker 1], als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, toezichtunit 2, Noord-West te Haarlem, strekkende tot verlenging van de (voorwaardelijke) terbeschikkingstelling met één (1) jaar, onder voortzetting van de reeds geldende algemene en bijzondere voorwaarden;
- het psychiatrisch rapport van 30 mei 2016, opgesteld door [psychiater], psychiater, zoals bedoeld in artikel 509o, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling van één (1) jaar en
- het voortgangsverslag van 11 juli 2016 opgesteld door [reclasseringswerker 1], als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, toezichtunit 2, Noord-West, te Haarlem.