ECLI:NL:RBNHO:2016:805
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Th.S. Röell
- M. Daalmeijer
- C.A.M. van der Heijen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in ontnemingszaak wegens gebrek aan gegronde partijdigheidsvrees
Op 7 januari 2016 behandelde de wrakingskamer van de rechtbank Noord-Holland het verzoek tot wraking van drie rechters dat was ingediend door een veroordeelde in een ontnemingszaak. Verzoeker stelde dat de afwijzing van zijn verzoeken om getuigen te horen de schijn van partijdigheid wekte.
De wrakingskamer overwoog dat het nemen van een procesbeslissing, ook als die negatief uitvalt voor een partij, op zichzelf onvoldoende grond is voor wraking. Alleen wanneer een beslissing zo onbegrijpelijk is dat deze alleen door vooringenomenheid kan worden verklaard, kan wraking worden toegewezen. In deze zaak bleek geen sprake van zodanige omstandigheden.
De rechtbank had de getuigenverzoeken beoordeeld aan de hand van de criteria van de Hoge Raad en deze afgewezen. Dit impliceert geen vooringenomenheid jegens verzoeker. Ook waren er geen andere feiten of omstandigheden die objectieve twijfel aan de onpartijdigheid rechtvaardigen.
De wrakingskamer wees het verzoek daarom af en beval voortzetting van de hoofdzaak onder leiding van de voorzitter van het strafteam locatie Haarlem. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.