Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten en omstandigheden
,en [naam] , geboren op [geboortedatum] ).
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 12 oktober 2016 een verzoek van de man om de kinderbijdrage, vastgesteld bij beschikking van 27 november 2013, te wijzigen naar nihil met ingang van 1 februari 2016. De man stelde dat zijn ondernemingen failliet waren verklaard en hij sindsdien een lager inkomen had als werknemer, waardoor de eerdere bijdrage niet meer aan de wettelijke maatstaven zou voldoen.
De vrouw verzocht het verzoek af te wijzen en stelde dat de man onvoldoende bewijs had geleverd van zijn gewijzigde financiële situatie. Zij wees op het ontbreken van recente stukken en vermoedde dat de man vermogen had verschoven naar ondernemingen van zijn partner. De vrouw vroeg tevens om een proceskostenveroordeling.
De rechtbank oordeelde dat de man zijn verzoek onvoldoende had onderbouwd. Hij had nagelaten recente en verifieerbare financiële stukken te overleggen, waaronder zijn aangifte inkomstenbelasting 2015. Ook was onduidelijkheid over de doorstart van zijn ondernemingen en de rol van zijn partner. De rechtbank concludeerde dat de man niet aannemelijk had gemaakt dat de omstandigheden zodanig waren gewijzigd dat de kinderbijdrage moest worden aangepast.
Gelet op het ontbreken van onderbouwing en het nodeloos procederen veroordeelde de rechtbank de man in de proceskosten van de vrouw. Het verzoek tot wijziging van de kinderbijdrage werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de kinderbijdrage wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en de man wordt veroordeeld in de proceskosten.