Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
17 oktober 2016 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
Subsidiair heeft verweerder bij dit besluit besloten verzoeker wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- en lichaamsgebreken ontslag te verlenen, zoals bepaald in artikel 94, eerste lid, sub g, van het Barp.
Beslissing
Overwegingen
‘Beoordeeld dient dus te worden of de gestelde voorwaarde voor de tenuitvoerlegging is vervuld, en zo ja, of de voor die tenuitvoerlegging in aanmerking te nemen belangen zijn afgewogen en of in redelijkheid tot die tenuitvoerlegging kon worden gekomen. Naar aanleiding van hetgeen appellant in dit verband heeft gesteld overweegt de Raad dat laatstbedoelde beoordeling niet valt te vereenzelvigen met de (……) onevenredigheidstoetsing zoals de Raad die ten aanzien van disciplinaire sancties pleegt uit te voeren. Die toetsing, die hier dus niet aan de orde is, betreft specifiek de verhouding tussen de zwaarte van de sanctie en de ernst van het plichtsverzuim waarop die sanctie is gebaseerd.’