Uitspraak
1.Het procesverloop
- het rapport van de Raad, gedateerd februari 2016,
- de bereidverklaring van de GI de voogdij te aanvaarden, gedateerd 28 januari 2016.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De Standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
Amsterdam
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging van het ouderlijk gezag over een minderjarige. De moeder en vader oefenden gezamenlijk gezag uit, maar de minderjarige verbleef sinds haar eerste levensjaar bij een pleegmoeder, de oma van vaderszijde, vanwege onvermogen van de ouders om voor haar te zorgen.
De Raad verzocht het gezag van beide ouders te beëindigen en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd te benoemen. De rechtbank oordeelde dat de moeder vanwege haar langdurige persoonlijke problematiek en ontoereikende verzorgingscapaciteit niet in staat is het gezag te behouden. De vader heeft psychiatrische problematiek maar speelt een belangrijke rol in het leven van de minderjarige en werkt goed samen met hulpverlening.
De rechtbank maakte gebruik van haar discretionaire bevoegdheid om het gezag van de vader te laten voortduren ondanks het ontbreken van een terugkeerperspectief. De minderjarige krijgt bij de pleegmoeder de benodigde zorg en stabiliteit. Het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder werd toegewezen, het verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag werd afgewezen. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden verlengd.
Uitkomst: Het gezag van de moeder wordt beëindigd en het gezag van de vader blijft gehandhaafd, met voortzetting van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.