Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Standpunten van partijen
4.Oordeel van de rechtbank
sole or decisive) berust op de verklaringen van [medeverdachte 1] . De betrokkenheid van verdachte bij het hem tenlastegelegde feit vloeit reeds voort uit en wordt ruimschoots bevestigd door ander bewijsmateriaal. De aanwezigheid van dit steunbewijs maakt dat het toepassen van de verklaringen van [medeverdachte 1] voor het bewijs niet ongeoorloofd is en niet onverenigbaar is met artikel 6, eerste en derde lid, aanhef en onder d, van het EVRM. Van een situatie waarbij het strafproces als geheel beschouwd niet eerlijk is verlopen, is in dit geval geen sprake, waarbij de rechtbank mede betrekt dat, middels de verstrekking aan de verdediging van de beschikbare opnames van de politieverhoren van [medeverdachte 1] , ook nog compenserende maatregelen zijn getroffen. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.
5.Bewezenverklaring
primairten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat
6.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Bijkomende straf
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
primairten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor onder 5. weergegeven.
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren.