Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Inleiding:
4.Beoordeling
5.Vordering benadeelde partij
€ 25.125,00
Rechtbank Noord-Holland
Op 25 februari 2016 vond een schietpartij plaats in een flat in Zaandam waarbij twee slachtoffers gewond raakten door schot- en steekwonden. Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag op slachtoffer 1 en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan slachtoffer 2, medeplegen met een medeverdachte, en het bezit van een vuurwapen.
Tijdens het onderzoek werden verklaringen van slachtoffers en verdachten lijnrecht tegenover elkaar gesteld, waarbij beide partijen elkaar beschuldigden van het gebruik van het vuurwapen. Forensisch onderzoek, camerabeelden en een reconstructie leverden geen sluitend bewijs op om het scenario van de officier van justitie te bevestigen.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte het vuurwapen heeft gebruikt of medepleegde bij de geweldshandelingen. Ook het bezit van het vuurwapen kon niet worden vastgesteld. De benadeelde partij kon daarom niet ontvankelijk worden verklaard in haar schadevordering. Verdachte werd integraal vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van poging tot doodslag, zwaar letsel en wapenbezit.