Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
mr. J.J. Veldheer, advocaat te Amsterdam.
Rechtbank Noord-Holland
In deze strafzaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter-commissaris M. Woerdman vanwege de wijze waarop zij heeft besloten het verhoor van verzoeker te delegeren aan de Koninklijke Marechaussee (KMAR). Verzoeker stelde dat deze beslissing en de communicatie daaromheen de schijn van partijdigheid wekten, met name omdat de verdediging niet vooraf kon reageren op de argumenten van het Openbaar Ministerie en omdat de rechter-commissaris uitlatingen zou hebben gedaan die de indruk wekten dat zij geen belang hechtte aan de verklaring van verzoeker.
De rechter-commissaris en de officier van justitie hebben gemotiveerd gereageerd, waarbij werd gesteld dat de delegatie van het verhoor aan de KMAR binnen de bevoegdheid van de rechter-commissaris valt en dat er geen sprake is van partijdigheid. De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk onderzocht, waarbij zij het subjectieve oordeel van verzoeker meewoog, maar vooral keek naar objectieve feiten en omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de communicatie tussen de rechter-commissaris en het Openbaar Ministerie geen nieuwe of relevante informatie bevatte die de verdediging niet kende en dat er geen wettelijke verplichting bestond om de verdediging vooraf te horen over de beslissing. Ook werd de uitleg van de rechter-commissaris over haar uitlatingen op 14 juni 2017 aanvaard. Gelet hierop en het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid, wees de rechtbank het wrakingsverzoek af.
De beslissing werd op 21 juni 2017 door de wrakingskamer van de rechtbank Noord-Holland in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor rechterlijke vooringenomenheid.