Verzoeker diende op 7 juni 2017 een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die de hoofdzaak behandelde. De kantonrechter berustte niet in het verzoek en reageerde schriftelijk. Op 29 augustus 2017 vond een openbare zitting plaats waarbij verzoeker niet verscheen, maar de kantonrechter, griffier en wederpartij wel.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van de subjectieve en objectieve toets voor onpartijdigheid. Verzoeker gaf geen concrete feiten of omstandigheden aan die een ernstige aanwijzing voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleverden. Tevens mocht verzoeker geen aanvullende gronden na het verzoek indienen, wat ook niet gebeurde.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek niet deugdelijk was onderbouwd en dat de kantonrechter onpartijdig was. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet onder leiding van de voorzitter van het team kanton, locatie Haarlem.