ECLI:NL:RBNHO:2017:10550
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- C.A.M. van der Heijden
- C.E. van Oosten-van Smalen
- J.J. Dijk
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter afgewezen wegens te late indiening
Op 1 september 2016 vond een zitting plaats in een familierechtzaak waarbij de rechter tegen verzoeker zei dat hij zijn kop moest houden. Verzoeker klaagde hierover en gaf aan niet door dezelfde rechter verder behandeld te willen worden. Na het mislukken van mediation werd de zaak opnieuw gepland bij dezelfde rechter. Verzoeker diende op 7 maart 2017 een wrakingsverzoek in, stellende dat de rechter niet onbevooroordeeld was.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek gebaseerd was op feiten die verzoeker al op 1 september 2016 kende. Volgens artikel 37 Rv Pro moet een wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten bekend zijn. Omdat verzoeker het verzoek pas op 7 maart 2017 indiende, was dit te laat en werd hij niet ontvankelijk verklaard.
Daarnaast overwoog de wrakingskamer dat, zelfs als het verzoek tijdig was geweest, er geen gegronde reden was om de wraking toe te wijzen. De rechter had excuses aangeboden voor haar uitlatingen en er was geen bewijs van vooringenomenheid. De procedure in de hoofdzaak werd voortgezet onder leiding van de voorzitter van het team Familie & Jeugd.
Uitkomst: Verzoeker is niet ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens te late indiening.