Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Standpunten van partijen
4.Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat aangever op enig moment van zijn vrijheid is beroofd en/of beroofd is gehouden. Uit het dossier kan immers niet worden afgeleid waar en onder welke omstandigheden aangever, verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] na het ophalen van verdachte bij de woning aan de [adres 2] naar toe zijn gegaan en in welke omstandigheden aangever gedurende die rit en daarna verkeerde. Zo is niet komen vast te staan dat aangever de auto feitelijk niet kon verlaten en evenmin dat hij door verdachte of medeverdachte [medeverdachte] gedwongen werd om in die auto te blijven. Ook wordt de verklaring van aangever dat hij op een gegeven moment gedwongen in de kofferbak van een auto terecht is gekomen niet ondersteund door ander bewijs. Weliswaar bevinden zich in het dossier foto’s waarop aangever vastgebonden op een stoel, geblinddoekt en met zichtbaar letsel staat afgebeeld, maar naar het oordeel van de rechtbank is echter onvoldoende steunbewijs voorhanden dat aangever op dat moment wederrechtelijk van zijn vrijheid werd beroofd door verdachte en/of anderen.
De verklaringen van aangever voor zover die zien op de wederrechtelijke vrijheidsberoving, worden dan ook onvoldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen, zodat verdachte van feit 1 dient te worden vrijgesproken.
o, van het Wetboek van Strafrecht. Hiervoor is vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Daarnaast moet de bijdrage (intellectueel of materieel) van verdachte aan het delict van voldoende gewicht zijn. In dit geval is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gebleken dat de bijdrage van verdachte aan de afpersing en poging tot afpersing voldoende substantieel is geweest om te kunnen spreken van medeplegen. Weliswaar heeft verdachte zich niet van de handelingen van medeverdachte [medeverdachte] gedistantieerd, terwijl hij daartoe feitelijk wel mogelijkheden heeft gehad, maar dit is onvoldoende om van medeplegen te kunnen spreken.
5.Vordering benadeelde partij
6.Beslissing
22 december 2017.