ECLI:NL:RBNHO:2017:1112
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.M. van Dam
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verbetering tweede voornaam vader op geboorteakten wegens kennelijke schrijffout
De officier van justitie verzocht de rechtbank tot verbetering van de tweede voornaam van de vader op twee geboorteakten van het kind, omdat daarin een kennelijke schrijffout stond. De vader overlegde een kopie van zijn geboorteakte waaruit de juiste voornaam bleek, en beide ouders stemden schriftelijk in met de wijziging.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was het verzoek te behandelen, aangezien de bevoegdheid tot verbetering van kennelijke fouten niet exclusief bij de ambtenaar van de burgerlijke stand ligt, conform artikel 1:24 BW Pro. Wel stelde de rechtbank dat de ambtenaar deze fout zelf had kunnen corrigeren op grond van het nieuwe artikel 1:24a BW, wat een snellere en efficiëntere procedure zou zijn geweest.
De rechtbank stelde vast dat sprake was van een kennelijke schrijffout die eenvoudig uit de overgelegde geboorteakte van de vader bleek. Daarom werd het verzoek van de officier toegewezen en gelast de rechtbank de verbetering van de geboorteakten. Tevens werd bepaald dat een afschrift van de beschikking na drie maanden aan de ambtenaar wordt gezonden, tenzij hoger beroep wordt ingesteld.
Tegen de beschikking kan door belanghebbenden binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Uitkomst: Verzoek tot verbetering tweede voornaam vader op geboorteakten wordt toegewezen.