Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.PROCESVERLOOP
De verzoeken zijn bij beslissing van 21 juni 2017 van de voorzitter van de wrakingskamer als kennelijk niet-ontvankelijk beoordeeld.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker diende meerdere wrakingsverzoeken in tegen de rechter die zijn civiele zaak behandelt bij de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar. Het eerste verzoek werd op 21 juni 2017 als kennelijk niet-ontvankelijk beoordeeld, omdat verzoeker geen gronden aanvoerde en niet de naam van de rechter noemde tegen wie het verzoek was gericht.
Op 23 juni 2017 ontving de rechtbank een nieuw wrakingsverzoek, waarin de rechter niet specifiek werd genoemd maar werd aangeduid als “onbekend” of de rechter die de hoofdzaak behandelt. Dit werd door de wrakingskamer eveneens niet als een geldige grond voor wraking beschouwd, mede gelet op het wrakingsprotocol dat bepaalt dat een wrakingsverzoek niet tegen alle rechters van een rechtbank kan worden gericht.
De wrakingskamer besloot daarom opnieuw geen datum voor mondelinge behandeling te bepalen en het verzoek buiten behandeling te stellen. Tevens werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker zonder nieuwe feiten of omstandigheden niet in behandeling worden genomen en dat de hoofdzaakprocedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij het indienen van het wrakingsverzoek.
De beslissing werd op 26 juni 2017 uitgesproken door de plaatsvervangend voorzitter van de wrakingskamer, mr. L.J. Saarloos, en griffier mr. A. Ibrahim. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.