ECLI:NL:RBNHO:2017:11574
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid na afwijzing getuigenverzoek
Op 5 december 2017 diende de verdachte een wrakingsverzoek in tegen de drie rechters die betrokken waren bij zijn strafzaak, omdat zij een verzoek tot het horen van zeven getuigen hadden afgewezen zonder de verdediging de gelegenheid te geven dit nader toe te lichten.
De verdediging stelde dat deze handelwijze de schijn van vooringenomenheid wekte, omdat de rechters het verzoek onbegrijpelijk hadden afgewezen en de verdediging niet mochten motiveren. De rechters verklaarden dat het verzoek reeds eerder was afgewezen, eerst door de rechter-commissaris en daarna door de meervoudige strafkamer, en dat het nieuwe verzoek zonder aankondiging werd gedaan. Het betrof een procesbeslissing om de procedure voortgang te laten vinden.
De officier van justitie ondersteunde de afwijzing van het wrakingsverzoek en benadrukte dat een nadelige procesbeslissing op zich geen grond is voor wraking. De rechtbank oordeelde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid en dat de afwijzing van het verzoek een normale procesbeslissing betrof. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het strafproces werd voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.