ECLI:NL:RBNHO:2017:11576

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 december 2017
Publicatiedatum
6 maart 2018
Zaaknummer
267404 HA RK 17-217
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in familierechtelijke hoofdzaak

Verzoekster heeft bij de rechtbank Noord-Holland een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters die betrokken zijn bij haar familierechtelijke hoofdzaak. Zij stelde dat zij zonder juridische bijstand stond omdat haar advocaat zich had onttrokken en haar verzoek om uitstel werd afgewezen, waardoor zij zich onvoldoende in staat achtte haar belangen te behartigen.

De rechters motiveerden hun beslissing om de mondelinge behandeling voort te zetten vanwege de lange looptijd van de zaak en het feit dat vooral de feitelijke gang van zaken besproken zou worden. Zij boden verzoekster de mogelijkheid om zich later met advocaat bij juridische geschilpunten uit te laten.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op basis van de subjectieve en objectieve toets van onpartijdigheid. Procesbeslissingen vormen in principe geen wrakingsgrond tenzij sprake is van vooringenomenheid, wat niet werd aangetoond. Verzoekster bracht geen feiten of omstandigheden aan die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.

De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek ongegrond was en wees het af. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was bij het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/267404 / HA RK 17-217
Beslissing van 4 december 2017
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoekster],
in de basisregistratie personen geregistreerd als
[naam],
wonende te Haarlem,
verzoekster.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. A. STEFELS,
mr. J.H. DUBOIS,
mr. M. MATEMAN,
voorzitter, respectievelijk leden van de meervoudige familiekamer,
hierna te noemen: de rechters.

1.Procesverloop

1.1.
Verzoekster heeft op 4 december 2017 ter zitting de wraking verzocht van de rechters in de bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, sectie familie en jeugdrecht, locatie Haarlem aanhangige zaak met als zaaknummer C/15/237481 / FA RK 16-100, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.1.
De rechters hebben niet in de wraking berust.
1.1.
Het verzoek is behandeld ter zitting, met gesloten deuren, van de wrakingskamer van 4 december 2017. Verzoekster, de rechters en de wederpartij in de hoofdzaak zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Verzoekster is verschenen. Voorts zijn verschenen de rechters, de wederpartij in de hoofdzaak [naam] , bijgestaan door zijn advocaat mr. W.N. Sardjoe, [naam] , vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming, [naam] , vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling de Jeugd- en Gezinsbeschermers (de GI) en [naam] , stagiaire bij de GI.

1.Het standpunt van verzoekster

Verzoekster heeft ter onderbouwing van haar verzoek het volgende naar voren gebracht. De advocaat van verzoekster heeft zich op 13 november 2017 onttrokken. Haar nieuwe advocaat, noch een van zijn kantoorgenoten, waren in de gelegenheid om ter zitting in de hoofdzaak aanwezig te zijn. Voorafgaand en tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak op 4 december 2017 heeft verzoekster verzocht om de mondelinge behandeling uit te stellen, teneinde haar in de gelegenheid te stellen zich te laten bijstaan door een advocaat. De rechters hebben het verzoek om aanhouding afgewezen en besloten dat de mondelinge behandeling zal worden voortgezet, waardoor verzoekster verstoken blijft van juridische bijstand. Verzoekster voelt zich zonder bijstand van een advocaat onvoldoende in staat om voor haar belangen op te komen.

1.Het standpunt van de rechters

De rechters hebben ter zitting het volgende naar voren gebracht. Mede gelet op de lange looptijd van de hoofdzaak is besloten om de mondelinge behandeling door te laten gaan. Tijdens de mondelinge behandeling zou met name de feitelijke gang van zaken met betrekking tot de uitvoering en de voortgang van de in 2015 vastgestelde voorlopige omgangsregeling aan de orde worden gesteld. Als zich gaandeweg de behandeling alsnog juridische geschilpunten zouden aandienen, zou de rechtbank verzoekster in de gelegenheid stellen om zich met bijstand van een advocaat daarover uit te laten.

1.De beoordeling

1.1.
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de rechter in de hoofdzaak, grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is. Die feiten of omstandigheden moeten zwaarwegende redenen opleveren voor objectiveerbare twijfel aan de onpartijdigheid (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van verzoekster is voor de beoordeling van beide toetsen wel belangrijk maar niet doorslaggevend.
1.1.
Het wrakingsverzoek heeft betrekking op een door de rechters genomen procesbeslissing. Een procesbeslissing vormt in beginsel geen grond voor wraking, ook niet als die beslissing voor de verzoeker onwelgevallig is, omdat de rechters dergelijke beslissingen moeten (kunnen) nemen voor de voortgang van de zaak. Dit kan anders zijn indien blijkt dat die beslissing door vooringenomenheid is ingegeven. Dat zou dan moeten blijken uit de motivering van de beslissing of uit de omstandigheden waaronder de beslissing is gegeven. Die omstandigheden zouden dan een zwaarwegende aanwijzing moeten opleveren voor het oordeel dat de rechters jegens verzoekster een vooringenomenheid koesteren, althans dat de bij verzoekster dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
1.1.
In het licht van de door de rechters gegeven motivering van hun procesbeslissing, is in deze zaak geen sprake is van feiten of omstandigheden die een aanwijzing kunnen opleveren dat bij het nemen van deze beslissing sprake was vooringenomenheid van de rechters jegens verzoekster. Verzoekster heeft daarnaast geen andere omstandigheden naar voren gebracht, die meebrengen dat er voor haar sprake kan zijn van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Het is duidelijk dat verzoekster het niet eens is met de beslissing van de rechters, maar zij kan zich niet door middel van wraking tegen deze beslissing verzetten. Het verzoek is dan ook ongegrond en wordt daarom afgewezen.

1.Beslissing

De rechtbank:
1.1.
wijst het verzoek tot wraking van de rechters af,
1.1.
beveelt dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. J.I. de Vreese-Rood en mr. A.A.F. Donders, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. A.P.M. van Dullemen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2017.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.