Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Woningstichting Van Alckmaer voor Wonen
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een geschil tussen Woningstichting Van Alckmaer voor Wonen en haar huurders over het opschorten van huurbetalingen wegens een vermeend gebrek aan de lift in het gehuurde pand.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de huurders het voorschot voor het deskundigenonderzoek niet hebben betaald, waardoor het onderzoek niet kon plaatsvinden. Op grond van artikel 196 lid 2 Rv Pro kan de rechter dan een gevolgtrekking maken die nadelig is voor de nalatige partij. Van Alckmaer heeft gemotiveerd betwist dat de lift gebrekkig is en heeft bewijs geleverd van periodiek onderhoud zonder gebreken.
Omdat het deskundigenonderzoek niet heeft plaatsgevonden, kon de kantonrechter niet vaststellen dat de lift niet goed functioneert. De huurders hebben daardoor ten onrechte de huur opgeschort. Zij zijn veroordeeld tot betaling van de openstaande huurpenningen, inclusief een bedrag van €181,28 en buitengerechtelijke incassokosten van €896,84. De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst is afgewezen omdat de opschorting niet als tekortkoming wordt gezien die ontbinding rechtvaardigt.
De proceskosten zijn voor rekening van de huurders. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Huurders worden veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, incassokosten en rente; vordering tot ontbinding afgewezen.