Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , p. 37 en 38.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het proces-verbaal van aangifte van [M.D.] namens [slachtoffer 5] , p. 4 en 5;
- twee geschriften, zijnde foto’s van de kapotte ruit en de vernielde deur, p. 6 en 8.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- proces-verbaal van aangifte van [O.] namens Dekamarkt, p. 24 t/m 26.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
[naam]als reclasseringswerkster verbonden aan
Tactus Reclassering Flevoland.In het rapport is – zakelijk weergegeven – het volgende vermeld.
[naam]als reclasseringswerkster verbonden aan
GGZ Reclassering Palier te Haarlem.In het rapport is – zakelijk weergegeven – het volgende vermeld.
7.Vordering benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
[slachtoffer 1]heeft een vordering tot schadevergoeding van € 413,77 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit (parketnummer 15/800447-16) zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit een bedrag van € 13,77 aan reiskosten naar Slachtofferhulp en een bedrag van € 400,00 ter vergoeding van de immateriële schade.
[slachtoffer 2]is een vordering tot schadevergoeding van € 1.610,03 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten (parketnummer 15/800447-16) zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit:
- € 832,67 schade aan de scooter
- € 477,36 schade aan de jas
- € 300,00 immateriële schade.
- Achterbodycover € 248,84
- Voorkap 196,50
- Onderspoiler 33,54
- Windscherm 115,00
- Spiegel 12,45
- 2 uur arbeidsloon 115,00
- Immateriële schade
8.Vordering tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
2 (twee) jaren.
45 dagen) in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, hierop in mindering dient te worden gebracht.
9 (negen) maandenna het onherroepelijk worden van dit vonnis zal berichten over de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 313,77 (zegge: driehonderddertien euro en zevenenzeventig cent), bestaande uit € 13,77 voor de materiële en € 300,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
6 (zes) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.021,33 (zegge: eenduizend eenentwintig euro en drieëndertig cent), bestaande uit € 721,33 voor de materiële en € 300,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de wettelijk vertegenwoordigers van [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
(twintig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.