Eiseres, een B.V., heeft dividendbelasting aangegeven en afgedragen over een dividend van €250.000 dat op 23 december 2014 beschikbaar is gesteld. Zij betwist de heffing met het argument dat het besluit tot dividenduitkering nietig zou zijn vanwege het ontbreken van formele vastlegging, schending van bankafspraken, en het niet voldoen aan de balanstest en uitkeringstest uit het Burgerlijk Wetboek.
De rechtbank stelt vast dat het dividend op de genoemde datum ter beschikking is gesteld en dat de aandeelhouder daardoor een opeisbare vordering heeft verkregen. Het feit dat het dividend niet daadwerkelijk is uitbetaald en niet in de jaarrekening is verwerkt, doet hieraan niet af. Ook is niet gebleken dat de aandeelhouder door een wilsgebrek werd belemmerd in het overzien van de gevolgen van de uitkering.
De rechtbank oordeelt dat het besluit tot dividenduitkering rechtsgeldig is, ondanks het ontbreken van notulen van de algemene vergadering. Het eigen vermogen en de reserves waren toereikend om de uitkering te dekken, en er is geen bewijs dat de vennootschap na de uitkering niet aan haar opeisbare schulden kan voldoen. De stelling dat bankafspraken zijn geschonden leidt niet tot nietigheid van het besluit.
Daarom is de dividendbelasting terecht ingehouden en afgedragen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.