ECLI:NL:RBNHO:2017:2043
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag na echtscheiding wegens ernstige beperkingen vrouw
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw heeft ernstige beperkingen opgelopen door niet-aangeboren hersenletsel na een suïcidepoging, waardoor zij onder bewind is gesteld en een mentorschap is ingesteld.
De rechtbank wijst de echtscheiding toe omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Het verzoek van de man om het gezag over de kinderen eenhoofdig aan hem toe te kennen wordt toegewezen, omdat de vrouw door haar beperkingen niet in staat is gezamenlijk gezag uit te oefenen. De rechtbank acht een vorm van uitgekleed gezag niet passend vanwege het ontbreken van gelijkwaardigheid en het belang van de kinderen.
De omgangsregeling wordt vastgesteld met beperkte contactmomenten tussen de vrouw en de kinderen, rekening houdend met de emotionele situatie van de kinderen. Het verzoek van de vrouw om partnerbijdrage wordt afgewezen, omdat de man stelt dat de lotsverbondenheid door de suïcidepoging is verbroken en de vrouw haar behoefte en draagkracht onvoldoende heeft onderbouwd.
De rechtbank beveelt partijen over te gaan tot verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap bij notariële tussenkomst. De man krijgt het recht om de woning zes maanden na inschrijving van de echtscheiding te blijven bewonen.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, gezag toegekend aan man, partnerbijdrage afgewezen, verdeling gemeenschap opgedragen aan notaris.