ECLI:NL:RBNHO:2017:2395
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verzoeken zorgregeling na advies Raad voor de Kinderbescherming
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak over de vaststelling van een zorgregeling voor een minderjarige na echtscheiding van de ouders. De ouders hadden aanvankelijk verschillende verzoeken ingediend over de zorgregeling, waarbij de vrouw een voorwaarde stelde dat de man drugstesten zou ondergaan vanwege twijfels over zijn middelengebruik. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een rapport uit waarin werd aangegeven dat geen advies kon worden gegeven over een zorgregeling vanwege het ontbreken van medewerking van de man aan hulpverlening en testen.
De man trok zijn verzoek tot zorgregeling in en de vrouw volgde dit voorbeeld, waardoor de rechtbank geen zorgregeling meer kon vaststellen. De rechtbank betreurde dit, omdat er geen contra-indicaties voor contact tussen de man en de minderjarige waren, en benadrukte dat de man als gezaghebbende ouder zowel het recht als de plicht heeft om de minderjarige te verzorgen en op te voeden. De vrouw heeft de plicht om de band met de andere ouder te bevorderen.
De rechtbank sprak de hoop uit dat de ouders alsnog in het belang van de minderjarige tot een regeling zullen komen en eventueel hulp zullen inschakelen om tot samenwerking te komen. De zaak werd daarmee als afgedaan beschouwd.
Uitkomst: De rechtbank kan geen zorgregeling vaststellen omdat beide ouders hun verzoeken hebben ingetrokken.