ECLI:NL:RBNHO:2017:2734
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing verlaagd tarief overdrachtsbelasting voor voormalig onderwijsgebouw
De zaak betreft een geschil over de toepassing van het verlaagde tarief van 2% overdrachtsbelasting bij de verkrijging van een onroerende zaak die oorspronkelijk als onderwijsgebouw diende. Eiser had de onroerende zaak gekocht en betoogde dat deze door verbouwingen en tijdelijke bewoning als woning moest worden aangemerkt.
De rechtbank stelt vast dat het gebouw, ondanks de verbouwingen en feitelijke tijdelijke bewoning, de oorspronkelijke aard van onderwijsgebouw niet heeft verloren. De ingrepen waren onvoldoende om het bouwwerk naar zijn aard tot bewoning te bestempelen. Ook is geen sprake van een hybride onroerende zaak waarbij de publiekrechtelijke bestemming doorslaggevend zou zijn.
De rechtbank volgt de recente jurisprudentie van de Hoge Raad, die een objectieve maatstaf hanteert waarbij het oorspronkelijke doel van het bouwwerk centraal staat. De feitelijke bewoning en de woonbestemming van de gemeente zijn niet doorslaggevend wanneer het bouwwerk zelf niet naar zijn aard tot bewoning bestemd is.
Daarom wordt het beroep van eiser ongegrond verklaard en blijft de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting van 6% in stand. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting blijft gehandhaafd.