Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.Het standpunt van verzoeker
4.Het standpunt van de rechter
5.De beoordeling
uiterlijkop 23 november 2016 zou worden gedaan.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een zaak over ondertoezichtstelling van minderjarige kinderen. Hij stelde dat de rechter onpartijdigheid had geschonden door een opmerking over waarheidsvinding, en dat hij het wrakingsverzoek tijdig had ingediend omdat de uitspraak formeel nog niet was gedaan.
De rechter gaf aan dat de uitspraak niet direct ter zitting werd gedaan, maar dat deze uiterlijk de volgende dag zou volgen. De uitspraak werd echter telefonisch op dezelfde dag aan de advocaten en betrokken partijen doorgegeven. Verzoeker werd ook kort daarna geïnformeerd door zijn advocaat.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek pas na de feitelijke uitspraak was ingediend en daarom niet-ontvankelijk was. De mogelijkheid tot wraking vervalt immers zodra een einduitspraak is gedaan. De stelling van verzoeker dat hij dacht dat de uitspraak later zou volgen deed daar niet aan af.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en beval toezending van de beslissing aan alle betrokken partijen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat dit na de uitspraak in de hoofdzaak is ingediend.