ECLI:NL:RBNHO:2017:3172
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verlaging en nihilstelling kinderbijdrage afgewezen wegens onvoldoende noodzaak
Partijen zijn gescheiden en de man is verplicht tot betaling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen. De man verzoekt de rechtbank om verlaging van deze bijdrage vanwege gewijzigde omstandigheden, waaronder zijn WIA-uitkering en het feit dat hij een schuld heeft na verkoop van de echtelijke woning.
De rechtbank neemt het verzoek tot nihilstelling van de bijdrage in het kader van een vrijwillig schuldhulptraject niet over, omdat het niet vaststaat dat de man daadwerkelijk wordt toegelaten tot dat traject en de noodzaak daartoe onvoldoende is aangetoond. Er is slechts één schuld en de bank heeft de man niet aangesproken tot aflossing.
De rechtbank stelt de draagkracht van de man vast op basis van zijn uitkeringsspecificatie en concludeert dat een verlaging naar €91 per maand per kind passend is vanaf de datum van het verzoek. De vrouw ontvangt een uitkering krachtens de Participatiewet en heeft geen draagkracht. De rechtbank wijst het overige verzoek af en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kinderbijdrage wordt verlaagd naar €91 per maand per kind vanaf 7 juli 2016, het verzoek tot nihilstelling wordt afgewezen.