Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
3.De behandeling van de zaak
– waarmee slechts komt vast te staan wie de juridische vader is van [minderjarige] – toewijzen.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek van de man tot vervangende toestemming voor erkenning van zijn minderjarige kind, aangezien de moeder haar toestemming weigerde. De man is de biologische vader en wenst de juridische erkenning om de familierechtelijke relatie vast te leggen. De moeder verzette zich op grond van eerdere afspraken en emotionele bezwaren.
De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming onderschreven het belang van erkenning voor de identiteitsontwikkeling en juridische positie van het kind. De rechtbank concludeerde dat de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind niet worden geschaad en dat erkenning toewijsbaar is.
De man verzocht tevens gezamenlijk gezag, maar dit werd afgewezen omdat er geen communicatie en vertrouwen tussen de ouders is, wat essentieel is voor gezamenlijk gezag. De rechtbank benadrukte het belang van verbetering van de communicatie.
Ten slotte stelde de rechtbank een omgangsregeling vast, waarbij de minderjarige gefaseerd op donderdag en zondag bij de man verblijft, met het oog op het opbouwen van een band en het belang van het kind. De rechtbank wees verdere verzoeken af.
Uitkomst: Vervangende toestemming erkenning verleend, gezamenlijk gezag afgewezen, omgangsregeling vastgesteld.